Gedicht: Over de bergen en de zee

Ik sla mijn ogen op
en zie
de bergen
en ik zeg
daar
moet ik zijn
daar achter
voorbij die laatste top
daar is
de bron
daar is
vrede

Vaak probeer ik het
zelf
in eigen kracht
roeiend
tegen de stroom
op
met de riemen
die ik
niet
heb

Dan drijf ik terug
weerloos
meegesleurd
door een sterke
onderstroom
die me
verlamd

terug
naar de zee
waar golven
over mij heen
slaan
en ik
zink
naar de bodem
van mijn bestaan

Daar
in de diepte
daar
roept u mij

Ik sla mijn ogen op
en zie
de bergen
en ik roep
help!
wie komt mij helpen?

En dan komt
U
die altijd wacht
mij
tegemoet

met vleugels
van liefde
die mij dragen
over de bergen en de zee

© Maarten Hagg, maart 2011

Verhaal: ‘De mysterieuze griep’

Onlangs hoorde ik – tijdens de kerstviering bij ons in de kerk – dit verhaal. Over wat het God heeft gekost om ons te redden. Vooral het slot raakte me: God stelt zich zó kwetsbaar op. Met het risico dat de mensen – wij, ik – zijn offer links laten liggen. Uit liefde.

De dag is voorbij. Je rijdt naar huis. Je zet de autoradio aan en hoort nog net een stukje van het nieuws over een klein dorpje in India. Een paar inwoners zijn er plotseling overleden aan een soort griep waar nog nooit eerder iemand van gehoord heeft.

Je zet de radio uit en vergeet het bericht dat je zojuist hebt gehoord. Maar die zondag, als je thuis komt van de kerk, hoor je nóg een radiobericht. Deze keer zijn er geen drie maar 3.000 mensen overleden in dit gebied, ergens in de bergen van India. Diezelfde avond is het op televisie. de nieuwszenders laten een reportage zien over dokters uit de Verenigde Staten die naar India gaan, want deze ziekte is voor de medische wereld compleet onbekend.

Maandagochtend als je opstaat is de griep het belangrijkste bericht van het nieuws. Het breidt zich steeds verder uit. Er zijn nu ook slachtoffers in Pakistan, Afghanistan, Iran. Op straat wordt er over gepraat. Op televisie noemen ze het “de mysterieuze griep”. De koningin zegt een paar woorden over sterk zijn en bidden. Maar iedereen vraagt zich af: hoe gaat dit aflopen?

Dan doet de president van Frankrijk een aankondiging die heel Europa schokt. Hij sluit de grenzen van zijn land. Er mogen geen vluchten vanuit India, Pakistan of één van de andere landen waar de ziekte is geconstateerd in Frankrijk landen. Die avond kijk je nog een beetje half naar het nieuws van 10 uur. Je valt in slaap terwijl een huilende Franse vrouw wordt vertaald in het Nederlands: er ligt een man in het ziekenhuis in Parijs die aan het doodgaan is aan de mysterieuze griep. Het is in Europa.

De paniek breekt uit. Groot-Brittannië sluit ook haar grenzen, maar het is al te laat. Ook daar liggen slachtoffers van de mysterieuze griep in het ziekenhuis. De angst in Nederland begint te groeien en te groeien. Mensen kopen mondkapjes in de hoop dat die hen zullen beschermen. Op straat wordt er over gepraat en de grote vraag is wanneer de griep in ons land zal komen.

Het is woensdagmiddag en je bent op een gebedsmiddag van de kerk om te bidden voor de slachtoffers van de mysterieuze griep. Er komt iemand schreeuwend naar binnen rennen en hij roept: “Doe de radio aan, doe de radio aan!” Samen met de groep luister je naar de radio. Er liggen twee slachtoffers met symptomen van de mysterieuze griep in het ziekenhuis in Amsterdam. Binnen enkele uren is de ziekte op meerdere plekken in het land geconstateerd. Er zijn mensen die dag en nacht werken op zoek naar een geneesmiddel, maar tot nu toe werkt niets.

En dan, plotseling is er nieuws: “De code is gebroken. Er kan een vaccin gemaakt worden, een geneesmiddel. Het enige wat er nodig is, is het bloed van iemand met een zeldzame bloedgroep, iemand die nog niet besmet is. Overal op aarde wordt er iets eenvoudigs gevraagd van de mensen. Ze moeten naar een plek bij hen in de buurt gaan om hun bloed te laten testen.”

Die vrijdagavond, wanneer jij en jouw gezin aankomen bij het lokale ziekenhuis, is er een lange rij. Iedereen wordt snel in de vinger geprikt en doorgestuurd naar de grote parkeerplaats voor het ziekenhuis. Daar moet je blijven wachten op de uitslag. Je staat daar met honderden mensen doodsbang en je vraagt je af wat er gebeurt en of dit het einde van de wereld is. Het is allemaal zo ontzettend snel gegaan met die mysterieuze griep.

Dan komt er een jonge dokter schreeuwend het ziekenhuis uit rennen. Hij roept een naam. Verbijsterd staar je richting de chaotische dokter. Dan trekt je zoontje van vijf je aan je jas en zegt: “Pappa, dat ben ik! Dan ben ik!” Voordat je rustig kunt nadenken hebben ze jouw jongen al gepakt. “Ho, wacht even, wat gaan jullie doen?!” roep je. De arts zegt: “Rustig maar, hij heeft het goede type bloed! We willen een test doen om zeker te weten dat hij de ziekte niet heeft of krijgt, dat zijn bloed puur is.”

Vijf intense en lange minuten later komen de dokters en verpleegsters huilend en elkaar omhelzend naar buiten. Sommige lachen zelfs. Het is een week geleden dat je iemand zag lachen. Een oude dokter komt naar je toe en zegt: “Dank u wel meneer, uw zoons bloed is schoon, puur en van het goede soort. We kunnen een vaccin maken.”

Het nieuws gaat snel rond op de parkeerplaats. Mensen schreeuwen, lachen, bidden en huilen. Maar dan neemt de oudere arts jou en je vrouw mee naar een rustiger plekje. “De donor is een minderjarige. Dus we hebben uw handtekening nodig.” Je begint met tekenen en dan zie je dat ze de hoeveelheid bloed die nodig is niet hebben ingevuld. “Hoeveel heeft u eigenlijk nodig?” vraag je. De glimlach van de dokter verandert in een serieuze blik. Hij zegt: “We hadden geen idee dat het een kind zou zijn. We waren er niet op voorbereid. Om een goed vaccin te maken hebben we het allemaal nodig… Alleen dán kunnen we voorkomen dat misschien wel álle mensen aan deze griep overlijden.”

Zou je tekenen?

Na een moment stilte doe je het. Je mag nog even alleen met je zoon zijn voor ze beginnen. Kan jij teruglopen naar je zoon? Kan jij naar de operatietafel lopen waar hij op zit terwijl hij vraagt: “Pappa? Mamma? Wat gebeurt er?” Kan je zijn handen in jouw handen nemen en zeggen: “Zoon, je moeder en ik houden van je en we zouden nooit wat met je laten gebeuren dat niet hoefde te gebeuren, begrijp je dat?”

En wanneer de oude dokter terugkomt in de kamer, en zegt “Sorry, we moeten beginnen, mensen over de hele wereld zijn aan het doodgaan.” Kan jij weggaan? Kan jij weglopen terwijl hij schreeuwt: “Pappa? Mamma? Waarom heb je mij verlaten?!”

Een week later. Er is een herdenkingsdienst georganiseerd. Maar veel mensen nemen niet eens de moeite om te komen. Sommigen komen wel, maar zijn na afloop weer snel verdwenen. Slechts een enkeling neemt de moeite om je persoonlijk te bedanken. En dan gaat het leven weer door.

Zou je niet willen opspringen en roepen: “Ik heb mijn zoon voor jullie gegeven! KAN HET JULLIE DAN NIKS SCHELEN?!” Zou je dat niet willen roepen?

Zou God het niet willen roepen? “Ik houd zo van je! Ik heb mijn zoon voor jou gegeven, ik heb Hem voor jullie naar de aarde gestuurd! Hij heeft zijn leven gegeven, omdat ik van je houd. Omdat Hij van je houdt! Kan het jullie dan niks schelen?!”

‘De hemel’ geeft lucht 2

Nog even wat gedachten bij de vorige post, over geloof in het leven na de dood als houvast voor de hoop op nieuw leven. En mijn neiging om te focussen op het leven hier en nu.

Jezus' Zaligsprekingen: "Gelukkig de ongelukkigen, want ze zullen rijkelijk beloond worden." Symbolisch of letterlijk?

Ik ontdek in mezelf een trend om Jezus’ woorden hierover (bijvoorbeeld de zaligsprekingen) vooral symbolisch, of geestelijk te zien. Zeg maar de ‘natuurwetten’, zoals ik ze noemde (naar Yancey). Dus: Jezus bedóelt eigenlijk te zeggen dat… armen zich gemakkelijker overgeven aan God, omdat ze niks hebben; treurenden gemakkelijker geloven in de God die hen troost; wie niets heeft, beter kan loslaten. Ze hebben God harder nodig, en dus kunnen ze Hem beter ontvangen. En zijn ze in feite gelukkiger.  Zoals Jezus ook zegt over de rijke jongeman: hoe moeilijk is het voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Wie veel heeft, heeft veel te verliezen, en verwacht het teveel van geld, spullen en mensen die hem zullen teleurstellen. Hoewel deze dingen waar zijn, zie ik dan toch iets belangrijks over het hoofd.

Niet dat ik de letterlijke belofte meteen overboord gooi, maar -zoals gezegd- meer parkeer. Zo van: ‘dat zien we dan wel, maar het betekent in élk geval…’ Maar als ik mezelf dwing te kiezen: geloof ik het nou wél of níet, dan realiseer ik me dat dit vrij heftig is. Als ik zeg: Jezus bedoelde het eigenlijk alléén maar symbolisch, geestelijk, dan moet ik me afvragen: hoe zouden de armen, de ongelukkigen in zijn tijd ernaar hebben geluisterd? Als niet meer dan een bemoediging, een troost, een hart onder de riem? Nee, natuurlijk niet: ze verwachtten heel wat van deze Messias, en zagen dat Hij echt mensen genas en gelukkig maakte.

Maar Jezus’ bediening duurde maar 3 jaar. In die tijd genas Hij heel wat mensen, maar een veelvoud daarvan bleef en blijft ziek. Omdat ze te weinig geloof hebben (gehad)? Dat kán niet de enige verklaring zijn. Het nieuwe, volmaakte leven is gewoon niet hier en nu. Wel glimpen ervan, maar toch uiteindelijk niet meer dan dat. Misschien omdat het lichaam van Jezus op aarde (de kerk) tekort schiet, maar dan nog lijkt mij de verwachting van het volmaakte leven in het hier en nu gewoonweg niet reëel. We leven in een gebroken wereld. Ik kan niet om die realiteit heen.

Leugenaar
Ik geloof dus niet dat de mensen in Jezus’ tijd Zijn woorden vooral symbolisch interpreteerden. Jezus moet daar rekening mee hebben gehouden. Als Hij beloningen in het vooruitzicht stelt voor mensen die zich afhankelijk weten van God, dan kan het niet anders dan dat Hij ze letterlijk bedoelt. Anders wordt hij alsnog een politicus met valse beloften, waarvan Hij weet dat Hij ze niet na kan komen. En als blijkt dat de beloften niet op korte termijn worden ingelost, móet Hij ze voor de langere termijn bedoeld hebben.
Ik geloof trouwens ook niet dat de belofte van meer innerlijke vrede (symbolische interpretatie) los verkrijgbaar is van het uitzicht op een moment dat God uiteindelijk recht zal doen. De lange arm van God, zoals Yancey zegt. Als je dat laatste niet letterlijk neemt, of in twijfel trekt, wat heb je dan aan die mooie woorden in dit leven? Als je als slaaf afgebeuld wordt, in de gevangenis martelingen ondergaat of de dood onder ogen moet zien na een slecht nieuws gesprek bij de oncoloog? Als je niet gelooft in de letterlijke belofte van ‘getroost en verzadigd worden’, ‘God zien’ en ‘Het Koninkrijk van de hemel erven’, en andere bijbels beloften als ‘geen ziekte, dood of pijn’, dan verlies je alle houvast midden ín die pijn. Dan ‘werkt’ het niet meer.

Kortom: als ik Jezus’ woorden alléén maar symbolisch opvat, dan noem ik hem daarmee op zijn minst een halve leugenaar. Iemand die goedgelovigen op het verkeerde been zet. En dat is toch een keuze die ik liever niet maak.

‘De hemel’ geeft lucht

‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’. Een liedje wat ik als kind al leerde. ‘Nu gaan de bloemen nog dood…’ En dieren. En mensen. Nu is er nog honger, oorlog en pijn. Maar straks: dan begint een leven zonder dissonanten. Alleen maar liefde, vrede en geluk.

Een mooi vooruitzicht. Maar gaandeweg begon het me te irriteren. Dat ‘Stil maar, wacht maar…’ Alsof hier en nu nou eenmaal niets anders is dan ellende, en machteloos toekijken. Voel je je ongelukkig? Blijf je hangen in je zonde? Kan de dokter maar niet vinden welke ziekte je hebt, laat staan welk middel je beter maakt? Maak je geen zorgen: alles wordt op een dag nieuw. Dan ben je er *poef* helemaal vanaf. Voor altijd met God in ‘de hemel’. Waar dat dan ook mag zijn.

Ik leerde christenen kennen die geloven dat de rijke beloften van Jezus niet alleen gelden voor het Leven ná dit leven, maar dat ze ook vandaag al beschikbaar zijn voor ons. Genezing, herstel, helemaal vervuld zijn van Gods liefde, een bron zijn die overloopt, een fontein, zoals Jezus bijvoorbeeld schetst in Johannes 7. Daar wilde ik voor gaan, dat was pas een vooruitzicht!

Afstand
Daar kwam nog iets bij. Toen mijn vader overleed – ik was 19 jaar oud – ervoer ik een enorm grote afstand tussen mij aan de ene kant en mijn vader, God, hemel en ‘eeuwig leven’ aan de andere kant. Ik voelde me niet getroost door het feit dat mijn vader gelukkig in de hemel was. Ook voelde ik me niet boos op God dat hij hem van me afgenomen had. Ik voelde leegte, afwezigheid, eenzaamheid, verlorenheid. Had het gevoel dat mensen om mij heen dat niet begrepen.

Tot ik het boekje ‘Niets dan de waarheid’ las, van Adrian Plass. Daar vond ik eindelijk herkenning, en een sprankje hoop. In mijn zoektocht naar wat nu wel en niet een betrouwbaar beeld is van wat me na dit leven te wachten staat, wees mijn vrouw me op Jezus die aan het kruis tegen de moordenaar zegt: ‘Heden zult gij met mij in het paradijs zijn.” Dat was een tekst waar ik houvast bij vond. En nog. Zo’n mooi beeld: een overduidelijke zondaar, die niets meer goed kan maken in dit leven, keert zich naar Jezus om hulp, en Hij zegt drie dingen: HEDEN zult gij MET MIJ in het PARADIJS zijn. Ok, dan is het goed. Geen tussenfases. Bij Jezus. En in het paradijs. Dat is een beeld waar ik me aan kan overgeven. Geen vragen meer.

Vastgelopen
Maar toch kon ik me zo weinig voorstelling maken van het leven na dit leven, dat ik me steeds meer ging focussen op dít leven. Wat er straks komt, zie ik dan wel. En wie daar zullen zijn en wie niet. Een oordelende God, daar kreeg ik steeds meer moeite mee. Als er leven na dit leven is, dan zal dat toch voor iedereen zijn? Jezus stierf toch voor de zonden van de hele wereld? Maar wat dan te doen met die teksten over oordeel? Ook dit probleem zorgde ervoor dat ik het onderwerp maar parkeerde. Liet voor wat het was.

Maar met al mijn goede voornemens voor dít leven merk ik dat ik steeds meer ben vastgelopen. Ik ben toch gedoopt? Ik heb toch mijn leven aan Jezus gegeven? Waarom merk ik dan zo weinig van dat nieuwe leven? Waarom kost alles zoveel moeite? Zijn die beloften wel betrouwbaar? Zijn er voorwaarden? Moet ik eerst gedisciplineerd stille tijd houden? Eerst gaan leven naar mijn goede voornemens? Maar dat lukt me juist zo slecht. Zo glij ik steeds verder onderuit in de blubber van de twijfels, en slibt mijn geloof langzaam maar zeker dicht.

Recent werd ik opnieuw geconfronteerd met mijn oude vijand. Ik merkte dat ik liederen als ‘Er is een dag, waar al wat leeft al lang op wacht, een dag van blijdschap, als heel de schepping wordt bevrijd’ me steeds meer ging tegenstaan. Juist omdat zoveel christenen om mij heen er zoveel hoop en kracht uit leken te putten. Weer die ‘stil maar, wacht maar’ mentaliteit. Ik wil hier en nu het nieuwe leven ervaren! Dus ik probeerde dat lied in het licht van het hier en nu te zien. Maar wat merk ik nu van al die mooie beloften? Het lijkt wel of het leven alleen maar moeizamer wordt. Al die aardbevingen (Haïti), overstromingen (Pakistan) en oorlogen (Afghanistan). En dichterbij de worstelingen in mijn eigen leven. Mijn oude mens, die ik maar zo moeizaam aan het kruishout laat spijkeren. Of eigenlijk helemaal niet.

Dat bracht me op het punt dat ik me steeds meer realiseerde: als ik het geloof in het volmaakt goede leven ná dit moeizame leven eraan geef, dan ben ik overgeleverd aan wat dít leven me te bieden heeft. En dat blijkt steeds meer tegen te vallen. Zo wordt de horizon steeds donkerder. Waar kan ik nog op hopen? Welke belofte is betrouwbaar? Waar kan ik in geloven? Met andere woorden: zonder het perspectief op de ‘eeuwigheid’ raakt mijn geloof langzaam maar zeker uitgeblust.

Wake-up call
Mijn definitieve wake-up call had ik onlangs, terwijl ik het boek ‘Jezus, zoals ik Hem niet kende’ las, van Philip Yancey. Ik hoop door dat boek weer dichter bij Jezus te komen. In een hoofdstuk over de zaligsprekingen (Gelukkig zijn de ongelukkigen) raakt Yancey de gevoelige snaar, als hij de vraag opwerpt of dit niet een goedkope verkiezingsbelofte is. Een fijne bemoediging voor de ongelukkigen van deze wereld dat een beter leven wacht ná dit leven. Zo voelt het wel eens voor mij. Beloof maar dingen voor ná dit leven, dat kan toch niemand controleren. Maar Yancey vertelt dat hij gaandeweg tot het inzicht kwam dat de zaligsprekingen zowel relevant zijn in dit leven (als een soort ‘natuurwetten’) als ook geldingskracht hebben als werkelijke beloning die in het vooruitzicht wordt gesteld.

Terecht schetst hij het perspectief dat de wérkelijk ongelukkigen (slaven, vervolgde christenen, veroordeelden in de Goelag archipel), die écht helemaal niets van dit leven te verwachten hebben. En hoe verschillend blanken en zwarten in het leven staan aan het einde van de rit, in een bejaardentehuis: blanken – na een succesvol leven – klagend en in toenemende mate bang en angstig voor de dood, maar zwarten vrolijk en vol humor, hoewel zij veel meer reden tot klagen hadden. Het verschil: de hoop die zij hadden op grond van hun rotsvaste geloof in ‘de hemel’. Yancey: “Ik ben ervan overtuigd dat voor deze verwaarloosde heiligen, die leerden God te verwachten en te genieten ondanks de moeilijkheden in hun leven op aarde, de hemel meer zal lijken op een langverwachte thuiskomst dan op een bezoek aan een nieuwe plaats.” Jaloersmakend…

Het brengt me ook weer even terug bij het verhaal van de chinese vervolgde christenen, zoals indringend beschreven in Randy Alcorns roman ‘Thuiskomst’. Ik schreef er ooit een liedje over, naar aanleiding van een kernvraag in het boek: wat nu als dit de laatste dag is van mijn leven? Voor mij voelt dat vooral bedreigend. Maar voor de hoofdpersoon in dat boek betekent dat écht: een einde aan het lijden, en eindelijk thuiskomen.

Lucht
Ik merkte dat ik tijdens het lezen van Yanceys boek echt het gevecht met mezelf aan moest gaan: geloof ik dit nu, of niet? Pratend met mijn vrouw kwam ik weer terug bij Jezus aan het kruis, en zijn belofte: Heden, met mij, in het paradijs. En ik heb het idee dat ik door het diepste punt heen ben. Dat ik me er weer aan kan overgeven.

Terwijl ik dit schrijf luister ik – toevallig? – naar Johnny Cash’ ‘My mothers hymn book’. Hoe toepasselijk: het album is vergeven van de hoop op een beter leven na de aardse worstelingen, bijvoorbeeld in I am a pilgrim:

“I am a pilgrim and a stranger,
traveling through this wearisome land,
I’ve got a home in that yonder city, good Lord,
and it’s not, not made by hand.”

Het is niet zo dat ik nu ineens helemaal terug kom bij ‘stil maar wacht maar…’ Ik verlang nog steeds ernaar om Gods koninkrijk van liefde en herstel al in dit leven te zien. Om er het één en ander van mee te maken. Om er deel van te zijn en het te leven. Om er vol van te zijn en ervan uit te delen. Maar ik ervaar wél dat juist vertrouwen op vervulling van die hoop in het leven straks, me ruimte geeft om weer te hopen op en geloven in de vervulling in het hier en nu.

Mijn geloof heeft weer lucht. Ik kan weer ademhalen.

Welkom

Zojuist was aan mij de eer om de redactielunch van Dit is de Dag te openen met een opbouwend woord. Het is een verzameling gedachten geworden rond het thema ‘gastvrijheid’. Bij deze de tekst ook op Hakblok.

Welkom = de buren uitnodigen voor een kopje koffie, of marokkaanse thee.

Afgelopen 2 weken was ik niet op de redactie: ik was druk met klussen en verhuizen. Tijdens het behangen van de kinderkamers kwam de tekst in me op uit Johannes 14: “Het huis van mijn Vader heeft vele woningen” en “ik ga heen om plaats voor u te bereiden.” Zo was ik als vader ook bezig een plek te maken voor mijn kinderen. “Dan zal ik jullie meenemen en jullie zullen zijn waar ik ben.”

Die tekst van de ‘vele woningen’ wordt vaak gebruikt om Gods ruimhartige genade te benadrukken. In schril contrast met het ‘mocht het komen staan te gebeuren’, maar ook met de ‘ware kerk’ gedachte waarmee ik ben opgegroeid. Ik ben erg van die ruimhartigheid: ik zie zo voor me dat God als een soort schaatscoach langs de ijsbaan van ons leven staat met een bordje WELKOM, en vlak voor de bocht roept: ‘naar binnen!’. En dat dat levert in dit geval wél goud op. Óf we dan naar binnen gaan is aan ons, maar aan Hem zal het niet liggen.

Ik moest er ook aan denken in verband met het uitsluiten van de homoseksuele prins carnaval van de eucharistie. Ik heb zelf meegemaakt wat het is om van het avondmaal afgehouden te worden, en hoeveel begrip je ook kunt hebben voor de beleving en overtuiging van in dit geval de katholieke broeders: uitsluiten doet gewoon pijn. En het is niet de toon die God zet: Johannes 3, “God had de WERELD lief”, en Jezus kwam “om de WERELD te redden.” En: “door Hem heeft God ALLES met zich willen verzoenen (Kol 1).”

Gisteren gemeenteraadsverkiezingen. Een monsterzege voor de PVV, en wie weet wat ons wat dat betreft 9 juni te wachten staat. De partij van Wilders is bepaald geen partij van het warme welkom. Tenminste: niet als het gaat om mensen die ANDERS zijn. En eerlijk gezegd betrapte ik mijzelf onlangs ook nog op afwijzende gedachten toen ik Somalische asielzoekers bij Netwerk zag.

Zelf werd ik wèl hartelijk welkom geheten in mijn nieuwe straat. De bejaarde buren – zelf sinds een paar jaar opa en oma – boden meteen aan wel op de kinderen te willen passen, als dat nodig is. De overbuurvrouw kwam op de dag van de verhuizing met een bloemetje. En na een paar toevallige ontmoetingen op straat belde ook onze hartelijke – en perfect nederlands sprekende – Marokkaanse buurvrouw even aan om nader kennis te maken en ons welkom te heten in de buurt. We zijn uitgenodigd voor marokkaanse thee. En ze komt ook graag een keer een kopje koffie drinken. Geweldig toch?

Gisteren had ik een paar uur te overbruggen tussen 2 opnames voor een reportage in Winterswijk. Onder het genot van een Duitse Biefstuk las ik een paar hoofdstukken uit Dorsvloer vol confettie, het autobiografische debuut van Franca Treur, die in de zeeuwse orthodoxe boerengemeenschap opgroeide. De Ander was destijds voor haar en haar familie met name de Duitser. Grappen daarover werken schijnbaar samenbindend:

‘Hij moet terug naar moffrika’, zegt Lourens, wat bijzonder grappig klinkt uit de mond van iemand die nog geen vier is. ‘Van wie leer je dit soort dingen?’ zegt de moeder, maar ze lacht ook, en zo is de hele familie weer vrolijk’. (p15).

Maar wat als diezelfde Duitsers een beroep doen op je gastvrijheid? Hoofdpersoon Katelijne zwicht.

‘Er ist krank,’ herhaalt de vrouw. Krank. Ooit heeft de Heere Jezus dit woord zelf gebruikt. ‘Ik ben krank geweest, en gij hebt mij bezocht,’ zei Hij. ‘Voor zoveel gij dit een van deze mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat mij gedaan.’ Katelijne wijst naar het veldje. ‘Oké, daar dan,’ geeft ze zich gewonnen, want zo voelt het: alsof er iets is wat sterker is dan zij, waardoor ze dit moest zeggen. (p18, 19).

De Duitsers mogen snel een tent opzetten om te schuilen voor de regen. Maar helaas, vader heeft het laatste woord. Terwijl de rest van de familie in de kerk zit, neemt hij het heft in handen. Als Katelijne uit de kerk komt, zijn de Duitsers weg:

‘Ze hebben een andere plek gevonden’, zegt de vader. ‘Ik had gezegd dat ze vannacht hier konden blijven als ze niks anders konden vinden.’ Katelijne vraagt waar ze naartoe zijn, en de vader antwoordt dat hij dat niet weet. (p23)

Tja. Ik hoef niet uit te leggen bij wie mijn sympathie ligt.

Leven na de geboorte

Onlangs deelde een collega een mooi verhaal met ons, tijdens de vergadering. Ik deel het hier ook graag met jullie. Met dank aan ds. Margriet van der Kooi voor het optekenen.

Er was eens een tweeling, twee jongetjes, die net ontvangen waren en in het verborgene van de baarmoeder groeiden. Ze ontwikkelden zich en werden zich bewust van hun omgeving. Ze lachten en zeiden: “Wat is het geweldig dat wij ontvangen zijn. Wat is het geweldig dat we leven!” Samen gingen ze op onderzoek uit in de wereld waarin ze leefden. Toen ze de navelstreng ontdekten waren ze blij: “Kijk eens hoe groot de liefde van onze moeder is; zij deelt haar leven met ons!”

De weken veranderden in maanden. De jongetjes merkten dat ze erg veranderden. “Wat betekent dit?”, vroeg de ene. “Het betekent dat er straks een einde komt aan ons verblijf in deze wereld”, antwoordde de ander. “Maar ik wil hier helemaal niet weg, ik wil hier altijd blijven”, zei de één. “We hebben niks te kiezen”, zei de ander, “maar misschien is er wel leven na de geboorte.” “Hoe kan daar leven zijn?”, zei de eerste. “Dan moeten we de streng loslaten, en hoe is er nog leven mogelijk zonder de navelstreng van onze moeder? En nog iets: we hebben wél bewijs dat hier anderen voor ons geweest zijn, maar geen van hen is ooit teruggekomen om ons te vertellen dat er leven na de geboorte is. Dit moet het einde zijn…”

Zo werd de eerste wanhopig en radeloos. “Als ontvangenis eindigt in geboorte, wat is dan het doel van leven in de baarmoeder? Het is zinloos. Misschien is er zelfs wel helemaal geen moeder.” “Maar er móet wel een moeder zijn”, zei de ander. “Hoe zijn wij anders hier gekomen? Hoe blijven we anders in leven?” “Heb jij onze moeder dan weleens gezien?”, zei de eerste wanhopig. “Misschien bestaat ze alleen maar in onze verbeelding. Misschien hebben wij haar bedacht, omdat die gedachte ons een prettig gevoel geeft.”

Zo kwam het dat die laatste dagen in de baarmoeder vervuld waren van angst en wanhoop. Eindelijk kwam de dag van de geboorte. Toen de jongetjes met moeite hun wereld verlaten hadden, deden ze hun ogen open. En ze huilden, van pure vreugde. Want wat ze zagen overtrof hun stoutste dromen….

Geboorteberichten & Nieuwe Media

Zonet een column / minirepo opgenomen voor de nieuwjaarsuitzending van Dit is de Dag, radio 1. Met mijn PDA, mobieltje +++ zeg maar. Of eigenlijk heb ik een live verbinding gelegd met hilversum via UMTS, en hebben ze het daar opgenomen. Leuk die nieuwe techniek… Hier ongeveer de tekst:

Dit is mijn Omnia, waar ik deze column mee heb opgenomen.

Zo, de meiden liggen even op bed. Het is vandaag 31 december, oudjaarsdag 2009 . Ik zet de computer aan, en zoals elke dag neem ik even een kijkje op Twitter. Wat hebben mijn contacten te melden?

RikSchot: Avatar gezien, wat een slechte komedie.. verder was het heel gezellig met @kristelvdbos en @robbertvdbos :-)

Dat gaat vast over die film, nou daar is hij dus niet zo enthousiast over.

KnightSimon: Posted new pics of our lovely kids on Flickr: http://bit.ly/8RR4WN December is fun so far; snow, birthday celebrations and family reunions.

Leuke plaatjes van zijn kinderen, twee dochters heeft hij, net als ik.

Vorige week ben ik voor de 2e keer vader geworden. Mijn PDA, mobieltje mét internet, had ik natuurlijk op zak toen we naar het ziekenhuis gingen. Even gewacht tot het sein op veilig stond voor moeder & kind, en toen meteen een twitterberichtjeaan de wereld: ‘Yes!!!’ En even later: ‘And she is beautiful!’.

Ook zet ik een berichtje op mijn facebook pagina. Mijn 101 facebook vrienden ken ik allemaal persoonlijk. Dat geldt niet voor mijn 70 volgers op twitter. Bovendien kunnen op facebook alleen mijn vrienden lezen wat ik zeg. Geen anoniem publiek. Daarom meld ik daar dezelfde avond al wat meer, privacy gevoelige informatie: naam, gewicht en tijdstip van geboorte. Dat soort dingen.

De volgende dag, als ik wat meer tijd heb, schrijf ik een post, een bericht, op ons familie weblog. Een kort verslag van de bevalling, de enthousiaste reactie van onze oudste in het ziekenhuis, en hoe het met ons gaat. Met een mooie foto erbij.

Op dag 3 brengt de postbode de geboortekaartjes aan de deur. Die gaan in de enveloppen, en meteen op de post. Maar ja… het is twee dagen voor kerst. Dus die komen ergens tussen de vele kerstkaartjes. Uiteindelijk vallen ze pas op dag 8 op de mat bij onze vrienden en familie. 14 berichten op twitter & facebook en 2 blogposts later. Ik vraag me dan ook wel even af, voor ik de kaarten de brievenbus in laat glijden: waar doe ik dit eigenlijk voor? Tja, omdat het leuk is om een mooi kaartje op de schoorsteenmantel neer te zetten. En misschien voor later, in het plakboek. Of wordt het toch een digitaal foto-album?

Inmiddels heb ik weer wat berichten achtergelaten, en foto’s gezet op ons online foto-album op flickr. Deze week zet ik ook nog een filmpje op youtube van de eerste keer dat onze oudste haar zusje ziet. En dat filmpje kan ik dan weer invoegen op facebook én op ons blog. Net als links naar ons digitale foto-album. Handig voor onze lezers.

Zonet hebben we weer kraambezoek gehad, en voor de derde keer kregen we een bos rozen. Grappig, daar schrijf ik even een berichtje over op twitter, met een plaatje erbij op twitpic:

maartenhagg: Kraambezoek bracht rozen mee. De derde bos al. Daar kun je op wachten met zo’n naam en zo’n kaart… Het huis fleurt er lekker van op.

Ik realiseer me ineens dat het nog maar 10 jaar geleden is dat ik voor het eerst een e-mail adres aanmaakte. En een mobiele telefoon kocht. Mijn manier van communiceren is sindsdien totáál veranderd. Ik ben heel benieuwd hoe dat aan het eind van de komende 10 jaar is. Leven we dan wéér in een heel ándere wereld?

UPDATE: beluister hier de column via mixcloud.