“De tien geboden zijn niet langer een must: dat hebben we nu losgelaten.” Dat vertelde een goede kennis mij afgelopen zondag, die als diaken actief is in de kerkelijke gemeente waar ik vroeger naartoe ging. Ik raakte meteen in de halleluja-stemming…
Nee, dit gaat niet over het gereedschap waarmee ik bij voorkeur mijn eten naar binnen werk
maar over het voorlezen van de wet. Dat gebeurt in de meeste gereformeerde kerken al eeuwen tijdens de ochtend dienst met de regelmaat van de klok. Ergens vooraan in de dienst, na votum, zegen en antwoordlied.
Tot ik een jaar of 4 geleden afscheid nam van de gereformeerde broeders (en zusters) in Ede onderging ik dit ritueel ook zondag op zondag. Ik werd zelfs uitgenodigd om mee te draaien in een ‘voorleesgroepje’, zodat ik op een bepaald moment aan de beurt was om de wet voor te lezen. Nu had ik al een tijdlang onvrede met het idee dat we met tien keer ‘je moet dit’ en ‘je mag dat niet’ de toon zetten voor een ontmoeting met God, die Liefde is. Maar nu ontkwam ik er niet aan om hier zelf aan mee te doen.
Ik besloot van een nood een deugd te maken. Om te beginnen koos ik ervoor een andere vertaling te gebruiken, zodat de woorden fris zouden klinken en mensen niet weg zouden dromen op de bekende cadans. En vervolgens nam ik de vrijheid om de tien geboden aan te vullen met de woorden van Jezus tegen de rijke jongeling: Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. Gewoonlijk door dominees aangeduid met ‘Jezus’ samenvatting van de wet’, wat ik een onjuiste duiding vond, en die ik dan ook verving door ‘Jezus’ vervulling/invulling van de wet’.
Noem het rebels, noem het onverstandig – het kwam regelrecht uit mijn hart. Hoe en wat precies wist ik nog niet, maar ik voelde ergens dat het wrong: dat voorlezen van de grondwet voor het volk Israël in een kerk die al tweeduizend jaar zou moeten leven in de vrijheid die Jezus bracht. Mijn actie kwam me in elk geval op een subtiel standje te staan, de teugels werden strakker aangetrokken, en er kwam een waslijst aan regels voor de voorlezers. Meer dan tien, dat in elk geval.
Ik ben blij dat ik inmiddels niet meer elke zondag de wet als spiegel voorgehouden krijg. Niet dat ik de wet uit mijn bijbel heb gescheurd. Maar het stempelt naar mijn idee je geloofsleven enorm als je steeds begint bij die wet. En bij je eigen ellende. Want dat hoort bij elkaar, getuige de kortste vraag-en-antwoord van de catechismus: ‘Waaruit kent u uw ellende? Uit de wet van God.’ Nee, ik ben blij dat we bij mij in de kerk beginnen bij de verlossing: ‘Ik weet: Hij heeft mij gered!’, en: ‘Mijn verlosser leeft!’. Om het nog eens met het beeld van de spiegel te zeggen: ik ben blij met Jezus’ liefde als spiegel, in plaats van de wet.
Maar dan, een jaar of vijf later, hoor ik dus dat ze in mijn oude gemeente de tien geboden los gaan laten. Of in elk geval: dat de dominee van dienst zelf mag weten of en hoe hij daar aandacht aan geeft. En waar ik écht warm van werd: dit besluit was genomen naar aanleiding van een grondige studie, waaruit de conclusie werd getrokken dat de wet uit exodus in de bijbel een enorme ontwikkeling doormaakt, niet in de laatste plaats door Jezus’ liefdesdaad. En dat we als kerk niet moeten blijven stilstaan bij de wet zoals die op dat moment via Mozes aan het volk Israël gegeven werd.
Bijzonder is ook wat de doorslag gaf bij dit besluit: een gemeentelid die tot voor kort niet bekend stond om zijn actieve geloofsleven had een visioen gehad, waarin God zei: ‘je moet de bijbel, en de wet, gaan zien door de ogen van Jezus!’. Hij had de moed gehad om direct na een kerkdienst naar voren te rennen en dit visioen te delen met de gemeente. En het had de kerkenraad niet onberoerd gelaten.
Als ik dat hoor, dan denk ik: wow, fantastisch, God is echt bezig om door te dringen tot de harten van de mensen daar. En dan krijg ik respect voor de mensen die ervoor gekozen hebben om daarin de – geestelijke – strijd aan te gaan. Wilco en anderen: gefeliciteerd!


