Hakblok

Blogs ingedeeld als ‘leiders’

Naar een nieuw getuigenis

vrijdag 20 maart, 2009 · Laat een reactie achter

Gevallen helden… ze blijven me boeien. Kwam op Goedgelovig twee trailers tegen van documentaires over Larry Norman en Lonnie Frisbee. En in de reacties noemt iemand nog het verhaal van Darrel Mansfield.

Samen onder de genadedouche

Samen onder de genadedouche

Norman, Frisbee, Mansfield… zelf heb ik niet zoveel met deze mannen, beetje voor mijn tijd. Maar Frisbee bijvoorbeeld was één van de inspirators van de Jesus movement (Jesus people/Jesus freaks) waaruit onder andere Vineyard is voortgekomen. En Norman was één van dé pioniers op het gebied van christelijke rock muziek. En daar heb ik allebei weer wél veel mee. En ik kan me er dus wel wat bij voorstellen dat ze in hun tijd echt helden waren.

Ook laatst de film ‘The Apostle’ gekeken. Ook al over een inspirerende geestelijk leider met een duistere zijde. Zeker een aanrader. Maar tegelijk dat dubbele gevoel: enerzijds een man die oprecht zijn best doet om te ‘wandelen met Jezus’, en die mensen ‘tot de Heer leidt’, geneest en inspireert. En anderzijds kan hij zijn handen niet afhouden van drank en vrouwen. Je zou het kunnen afdoen als flauwe stereotypering, maar ik ben bang dat deze verhalen realistischer zijn dan we graag zouden willen.

We willen graag helden, om ons aan op te trekken. Niet alleen in de geschiedenisboekjes, maar nu, dichtbij. We willen zélf ook graag helden zijn waar anderen zich aan kunnen optrekken. Niet zozeer om zelf populair te zijn, maar vooral omdat we zo verlangen naar de oplossing voor alle narigheid om ons heen – en in ons. We willen dat God’s kracht echt in ons leven zichtbaar is, en anderen inspireren. Een ‘getuigenis’: ik ben zo blij, Jezus redde mij. Ik was verslaafd, maar nu niet meer. Ik was ziek, maar ben weer helemaal gezond. En dat heeft God óók voor jou in petto. Dat werk.

Maar uit deze verhalen blijkt steeds weer dat de onderstroom van de ‘zonde’ sterk is, en vroeg of laat zijn verwoestende werk doet. Zeker als we het voor onszelf ontkennen en wegstoppen en alleen maar de mooi opgepoetste buitenkant laten zien. Misschien is het daarom wel eens tijd om een lans breken voor een ander soort getuigenis: ik ben zwak, ziek, doe destructieve dingen, en tóch houdt God van mij! En ook van jou! Dat uitgangspunt helpt mij in elk geval om naast andere mensen te gaan staan, wie dan ook, samen, kwetsbaar, onder Gods genadedouche.

Maar ik geef toe: daar is een boel moed voor nodig…

Categorieën: leiders

Leiders die vallen

donderdag 2 oktober, 2008 · Laat een reactie achter

“Heb je het al gehoord? Van Todd Bentley, die tattoo-man, die al ‘bam-bam-bam’ roepend massa’s mensen trekt en geneest? De grote voorman van de Florida-opwekking? Hij heeft overspel gepleegd. Zie je nou wel, ik wist wel dat hij niet deugde…”

Todd Bentley

Wie weet. Bentley is in elk geval niet de eerste christelijke leider die in de fout gaat, en roemloos de aftocht moet kiezen. De vraag is: hoe komt dat? Wat gaat er mis?

Misschien heb je geen idee waar dit over gaat, maar het is ook heel goed mogelijk dat je bovenstaande reactie heel goed kunt plaatsen – en regelmatig om je heen gehoord hebt afgelopen tijd. In het kort: Todd Bentley is een Canadese prediker, die afgelopen zomer het gezicht was van de opwekking (of volgens sommigen: ‘outpouring’ – uitstorting) in Lakeland, Florida. Die is inmiddels over zijn hoogtepunt, en Bentley is van het podium verdwenen. Hij had namelijk huwelijksproblemen, en trok (emotioneel?)teveel naar een vrouwelijk staflid toe. Wat is er gebeurd?

Het begon met een vijfdaagse conferentie, waar de Heilige Geest op een heel bijzondere manier aan het werk ging, veel genezingen bijvoorbeeld. Bentley en de uitnodigende kerk besloten voor onbepaalde tijd door te gaan met de dagelijkse diensten om zo voor nog veel meer mensen tot een zegen te zijn. De media doken erop en maakten er een groot spektakel van. Hoewel Bentley zelf er met zijn manier van presenteren op zich al een hele show van maakte. Maar dat terzijde.

Vele enthousiaste christenen van over de hele wereld trokken naar Lakeland, op zoek naar genezing, of gewoon naar ‘meer van God’. Ook veel Nederlanders gingen erheen. Intussen werd het hele gebeuren door andere christenen juist kritisch gevolgd, zoals altijd wanneer ergens iets bijzonders gebeurt op dit gebied. Bijvoorbeeld EO-visie en het Nederlands Dagblad. Uiteraard draaide het allemaal om de vraag: ‘Is dit van God of van de Satan?’ “Kijk naar de vruchten”, is in zo’n geval een veelgehoorde kreet. En zie: de grote getatoeeerde leider grijpt naar een vrouw die niet van hem is. De gemakkelijke conclusie: het was altijd al foute boel. Tja…

Vervolgens wordt er nog even nagekaart door de kritische toeschouwers, die graag nog even gezegd hebben dat dit geen opwekking mocht heten, en benadrukken bezoekers vooral dat ze niet voor Bentley kwamen, maar voor God. En dat Hij écht grote dingen deed daar. Van mij geen oordeel daarover: ik was er niet bij. Hoewel ik het hele gebeuren zoals getoond in de documentaire van de EO vorige week toch best sympathiek vind.

Ted Haggard

Maar wat ik veel interessanter vind is: hoe komt het toch dat christelijke leiders, die volop in de schijnwerpers staan, zondigen tegen hun eigen principes en daarmee hun eigen glazen én die van de kerk ingooien? Ik noem bijvoorbeeld Ted Haggard, de anti-homo pastor van de New Life Church, die een paar jaar geleden bekende dat hij visite had gehad van een gigolo, oftewel een mannelijke prostituee. Of denk aan onze eigen Carl Noten, die christelijke jongeren het goede voorbeeld gaf in het positief waarderen van je lichaam – maar van het podium verdween nadat er sporen van kinderporno op zijn computer waren gevonden.

Dit fascineert mij al een tijdje, en wat bij mij steeds naar voren komt is: volgens mij komt dit door ons als kerk. Ik denk dat we de neiging hebben om aansprekende leiders zó hoog op een voetstuk te plaatsen, dat ze er op een gegeven moment zelf niet meer bij kunnen. Dat ze er wel af móeten vallen, en hoe hoger ze stonden, hoe groter de val.

Ons verlangen naar rein en heilig zijn zit zó diep, dat we op zoek gaan naar rolmodellen. Ik wil net zo zijn als… ja als Jezus natuurlijk maar ook als bepaalde ‘Jezus-figuren’. Vervolgens zien we van deze mensen alleen nog maar de mooie dingen, en weigeren we ook ruimte te geven aan het feit dat ze ook maar mensen zijn, met hun zwakke plekken.

Maar wat nu als we dit rolmodel zélf zijn? We voelen ons gestreeld door de aandacht, en voelen ook een roeping om een baken van hoop te zijn voor anderen. We helpen ze naar ons beste kunnen, naar eer en geweten. Maar het voetstuk wordt hoger en hoger. En we weten als geen ander dat ook wíj onze zwakke kanten hebben, maar ja, dat mág niet. We mógen er niet aan toegeven. We doen ons best om een steeds perfecter voorbeeld te zijn. Totdat de afstand tussen ons ideale zelf en wie-we-zijn-als-niemand-kijkt zo groot is geworden, dat we de afgrond in worden gezogen.

“Als ze echt zouden weten wat ik denk en voel, hoe zondig ik me soms voel… dan zouden ze me laten vallen.” Herken je die gedachte? Ik wel. Maar ik heb geleerd dat de beste manier om hiermee om te gaan is: alles in het licht brengen. Dus: belijden aan God en aan een paar betrouwbare mede-christenen. En in het licht hóuden. Eerlijk blijven over je zwakheden. Zodat God zíjn kracht kan laten zien in mijn zwakheid. Maar wat nu als ik dus zo’n grote leider ben? Ik kan wel duizend redenen bedenken om het dan maar voor me te houden. Met als uiteindelijk gevolg dat ik zal vallen. Onherroepelijk.

Ook post-evangelisch reiziger Matthijs heeft een aantal boeiende gedachten hierover. Zie zijn weblog voor een vervolgverhaal over pastor John, en de uitleg daarbij.

Binnenkort wat gedachten over ‘wat moeten we daar nou mee?

Categorieën: leiders
getagged: , , , , , ,