Elkaar aanspreken op gedrag dat tegen Gods doel met ons ingaat (= zonde) is belangrijk. Een ander buitensluiten van avondmaal of zelfs de Gemeente: daar heb ik moeite mee. Helemaal als dat gebeurt omdat iemand niet ‘recht’ is in de leer.

Uitgesloten worden van deelname aan het Avondmaal voelt alsof een uitsmijter je de weg verspert naar het Kruis
Ik heb dit zelf helaas 2 keer meegemaakt. Dat verklaart ook waarom ik nu (weer) zo bezig ben met de tucht. Om kort te gaan: ik had me als volwassene laten dopen, terwijl ik (belijdend) lid was van een gereformeerde kerk. Toen ik dit vertelde, werd mij verzocht om ‘niet meer aan het avondmaal te gaan’. Dit herhaalde zich later in een andere, ook gereformeerde, kerk. Tegelijk met deze ‘tuchtmaatregel’ ging de kerkenraad een gesprek met mij aan.
Die gesprekken waren prima, en uiteindelijk bleek daar wel uit dat ik niet meer op mijn plek zat in die gemeente. Ik zat al geestelijk in een proces van loslaten en op zoek naar een nieuw geestelijk thuis. Dit hielp me wel om de knoop door te hakken. Maar dat ik niet meer aan het avondmaal mocht gaan, deed wel pijn, dat ging heel diep. In feite gaat er een soort uitsmijter voor je neus staan, die je de toegang tot Jezus’ offer aan het kruis ontzegt! Je wordt buitengesloten, buiten de Gemeente, buiten het Lichaam van Christus.
Ik begrijp best dat het confronterend kan zijn als iemand bijvoorbeeld kiest voor volwassendoop, wanneer de kinderdoop een heel belangrijk theologisch uitgangspunt is voor een gemeente. Andersom kan ook. Het is ook goed om daarover met elkaar in gesprek te gaan. Ook kan ik me goed voorstellen dat de gemeenteleiding er moeite mee heeft dat iemand met een afwijkend standpunt een leidinggevende positie heeft. Dat kan verwarring geven in de gemeente. Daarom kan het goed zijn om op een bepaald moment te kiezen voor een gemeente die beter bij je past.
Wat het in mijn geval lastiger maakte is de erfenis van de ‘ware kerk-gedachte’ die heerste in die kerk. Daardoor hebben ze er juist moeite mee als iemand naar een andere gemeente gaat. Ze willen je behouden voor de ware kerk, en de ware leer. Afsnijden van de gemeente zullen ze dan ook niet zo snel doen. Maar ik vind dat ze zich te weinig realiseren dat iemand buitensluiten van het avondmaal iets heel heftigs kan zijn. Je suggereert toch dat je als ‘ware kerk’ de enige weg bent, en vervolgens sluit je de weg naar het Kruis áf.
Ik liet me niet buitensluiten en ging in een andere gemeente aan het avondmaal. Ik heb de ware kerk gedachte achter me gelaten en voel me met name lid van het Lichaam van Christus. Zo’n ontspannen visie op de Gemeente zou de kerken helpen om op dit punt een hoop leed te voorkomen.
Natuurlijk heb je als kerk een set van overtuigingen en (huis)regels, en is het confronterend als iemand zich daar niet aan houdt. Het confronteert je met de vraag: hebben we wel gelijk? Is dit de waarheid wel? Ik heb er dan ook begrip voor als je – om de rust te bewaren – binnen je club die regels wilt handhaven.
Maar de oproep van Yme Horjus (zie Beducht voor Tucht 1) om ‘gele en rode kaarten te gaan trekken’ als Kerk, daar heb ik moeite mee. Mensen buiten de Gemeente sluiten is volgens mij niet de taak van kerkleiders. Het oordeel komt alleen toe aan de Heer van de Kerk.
